Ketel installaties

Soorten ketels

Er zijn tientallen soorten ketels bedacht. Er zijn tankketels en waterpijpketels ontwikkeld en ook nog steeds in gebruik. Deze werden gebruikt op het land in fabrieken maar ook mobiele installaties voor de landbouw. Later kwamen  er ook speciale ketels voor de stoomtreinen en de scheepvaart. Ook zijn er nog steeds auto’s met stoomtractie.

Stoominstallaties werden overal in verschillende bedrijven opgesteld zoals:

 

In het land van Maas en Waal hebben bij de stoomgemalen overal tankketels gestaan eerst zonder oververhitter en later met een stoomverhitter. Hierdoor nam het rendement toe zodat er minder brandstofkosten waren.

De ketels werden gestookt met kolen, soms met bruinkool of hout. Mogelijk is er ook nog wel turf verstookt.

Schoon water haalde men uit de wetering of uit een waterput. Chemicaliën om ketelsteen te voorkomen  gebruikte men niet.

Van groot belang was de kennis en kundigheid van de stoker. 

Foto’s van oude keteltypes:

 

Dit waren ketels met kolen gestookt en met geforceerde luchttoevoer.

Dit type “Piedboeuf” was geplaatst in het Tacozijlgemaal bij Lemmer.

 

 

De Leeuwarder courant schrijft op 14 juli 1905:

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoorstenen
De oudste schoorstenen, bedoeld voor de afvoer van verbrandingsgassen, stonden bij bedrijven met een productieproces, waaraan veel vuur of warmte te pas kwam. Steenbakkerijen bij voorbeeld, of ijzergieterijen en glasfabrieken. Deze bedrijven gebruikten al schoorstenen voor de komst van de stoommachine. Deze schoorstenen waren meestal vierkant en werden samen met het gebouw tot stand gebracht door de aannemer van het werk. Na de introductie van de stoommachine werden evenwel hogere eisen gesteld aan de bedrijfsschoorstenen. De vierkante schoorstenen behoren tot de periode 1775-1820. Daarna kwamen er overgangsvormen, zoals fabrieksschoorstenen met vierkante sokkels en ronde schachten.
Het stoomgemaal van Dreumel had een vierkante schoorsteen.

Radiaalsteen
De vroegste schoorstenen werden van gewone stenen gebouwd. In de laatste decennia van de negentiende eeuw kwam in ons land de radiaalsteen in gebruik, een steen in de vorm van een taartpunt, die zeer geschikt was om ronde schoorstenen te bouwen. In de periode 1850-1890 waren het vooral Belgen en Duitsers, die in ons land de grote ronde schoorstenen tot stand brachten. Na 1880 verschenen twee Nederlandse bedrijven op deze markt: de firma Canoy- Herfkens in Tegelen (Venlo) en de firma De Ridder in Den Haag. Vooral door de komst van de radiaalsteen en de ronde schoorstenen nam de aandacht voor de vormgeving van de kop van de schoorsteen toe. Een fraaier uiterlijk kregen de schoorstenen vaak door het gebruik van gekleurde stenen als ornament of letters. Na de Tweede Wereldoorlog was er een korte opleving in de bouw van fabrieksschoorstenen door vervanging van de in de oorlog verwoeste exemplaren. Na 1970 werden bijna geen nieuwe schoorstenen in baksteen meer gebouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stoker zorgde ervoor dat de ketel op druk bleef.

 

Bestek 3 gemalen